nov 22

Jobs ouders op bezoek

door in Reisverslag Job & Frouwke

Begin November komen Jobs ouders naar Zuid Afrika. ze reizen vanaf Capetown naar Stormsriver, om dan na een week weer naar Addo elephant park door te reizen, ook voor een week. Omdat we Capetown ook nog graag willen zien en dit een mooie gelegenheid is, rijden we eind oktober met ons huurautootje die kant op. Dat wordt de laatste tip met onze eigen auto, want begin november moeten we hem weer inleveren, dus we besluiten er het meeste van te maken en de tocht naar Capetown via de alternatieve route te rijden, met 2 overnachtingen onderweg. Die route loopt via route 62, een beetje het Zuid Afrikaans equivalent van route 66 in de VS, en omdat hij door de klein Karoo loopt ook qua landschap vergelijkbaar: uitgestrekte vlaktes met kale bergen aan de horizon: een prachtige achtergrond voor een roadtrip!

We overnachten de eerste nacht in een relatief ‘oud’ huis in Oudtshoorn, in een sympathieke backpackers waar we ook al meteen een tip krijgen van een grappige oude vrachtwagenchauffeur die op vakantie is, voor een backpackers in mosselbaai op de terugweg: een oude slaaptrein die daar aan het strand staat en waarvan de oude coupe’s zijn omgebouwd tot miniscule kamertjes. De volgende dag zitten we vooral in de auto, maar de reis onderbreken we nog wel even voor het bezoek aan de warme bronnen onderweg. Het stelt niet veel voor: 2 zwembaden met warm water uit de warme bron, en een gewoon zwembad met relatief koud water. Ik merk maar weer eens dat ik echt geen geduld heb voor sauna-achtige taferelen, ook al is het warme water best lekker en ontspannend, na 5 minuten heb ik dan eigenlijk alweer gehad… gelukkig is het in de openlucht, dus kunnen we ook lekker in het zonnetje liggen en mensen kijken natuurlijk. Ligt het nou aan ons of trekken dat soort plaatsen toch vaak bovengemiddeld vreemde types aan? We verbazen ons over een soort yogaklasje met een hele hoop dikke dames en 1 man en een over-enhausiaste leidster die er op aandringt dat de participanten allemaal dingen doen die ze duidelijk niet echt kunnen (optrekken aan de stang aan de rand van het zwembad bijvoorbeeld) waardoor eigenlijk niemand van het klasje doet wat ze zegt.

‘s Avonds slapen we in het lieflijke Montagu, dat er uitziet als een soort oud Amerikaans-koloniaal dorpje, in een huisje wat omringt is door pauwen. Prachtige beesten natuurlijk, maar het geluid dat ze maken is werkelijk niet om aan te horen. De eigenares vertelt ons dat de pauwen een soort van plaag aan het vormen zijn: elk jaar zijn het er meer en meer en haar zoon die vroeger de eieren raapte (die ze klaarblijkelijk heel goed verstoppen, net als de jonge pauwtjes de eerste weken na t uitkomen) is vertrokken..  ow jee een pauwenplaag, ik vraag me af of ze lekker smaken?

De volgende dag begint de auto een vreemd geluid te maken, een soort aanlopen-schaap geluid wat langzamerhand sterker wordt, alsof er ergens steen over metaal schraapt. Het is een paar dagen voor we de auto in moeten leveren, en het rijden wordt niet beïnvloed, dus hebben niet zo’n zin om naar de garage te gaan. Na een belletje met de verhuurder zijn we gerustgesteld dat het waarschijnlijk een steentje is, ingebed in de remschijf. Het schijnt vaker gebeurd te zijn en vrij onschuldig, maar het rijdt niet zo rustig natuurlijk, arm autootje.

Jobs ouders zijn 6 uur vertraagd met hun vlucht vanuit Johannesburg, dus we kunnen het ook rustig aan doen, we omzeilen de tolweg en gaan via de pas, die compleet in de mist en de regen ligt, want het weer is inmiddels omgeslagen van lekker naar  dikke buien. Tussen de buien door bekijken we nog even Stellenbosch, het een na oudste stadje van Zuid-Afrika na Kaapstad, en de bekendste universiteitsstad van het land. Het is er ook prachtig: eindelijk een stadje met een echt centrum en overal mooie oude huisjes.

De meeste steden en dorpen zijn hier natuurlijk helemaal net oud, en dus gebouwd naar Amerikaans model, waarbij alles gericht is op de auto. Dus geen gezellig centrum met een pleintje en terrasjes, maar een grote winkel Mall buiten de stand. En weinig plek om als voetganger gezellig rond te lopen. De natuur is hier prachtig maar wat steden en leuke stadjes/dorpjes betreft kan zuid Afrika echt totaal niet concurreren met Europa. Wij missen dat gezellig ‘stadgevoel’ echt, maar hier weten ze natuurlijk niet beter en schijnen het niet te missen, gek hoeveel verschil het dan maakt waar je aan gewend bent!

Stellenbosch maar vooral Kaapstad zijn uitzonderingen op deze regel. Kaapstad zelf is eigenlijk maar heel klein, ingeklemd tussen de tafelberg en de zee, maar wel relatief oud en levendig. Niet voor niets zijn veel zuid Afrikanen zo trots op deze stad, hij heeft wel echt karakter. Kaapstad doet  Europees aan, heeft mooie oude huizen, en een bruisende gay scene. Het is leuk om eindelijk veel meer gemengde donker-blanke stelletjes en vriendengroepen over straat te zien lopen. Het is in veel wijken absoluut niet veilig op straat ‘nachts, en ook hier zijn natuurlijk grote buitenwijken met townships, maar in het uitgaanscentrum (wat eigenlijk vooral 1 straat is: Longstreet, ook de straat waar we de eerste nacht aan slapen in de dorm van onze Backpackers) is het zo druk dat zelfs meiden ‘s nachts alleen over straat kunnen.

We halen Jobs ouders op van het vliegtuig met het idee om samen wat te eten, maar na alle vertraging, het ophalen van de huurauto en daarna het meerdere keren verkeerd rijden op zoek naar hun bed and breakfast die ergens best ver in een buitenwijk blijkt te liggen, besluiten we om de volgende morgen af te spreken. Job en ik gaan om 22 hr op zoek naar iets te eten in Longstreet, waar gelukkig nog een Burgermeester achtig restaurantje open is waar we heerlijke hamburgers eten. Het druipt ondertussen van de regen, en voor de volgende dag is hetzelfde voorspeld, maar so far so good!

De volgende dag verkassen we naar een ander hostel, waar we de auto wel voor de deur kunnen zetten, want bij ons eerste plekje kon dat niet en de parkeerplekken op een parkeerterreintje in de buurt zijn allemaal al gereserveerd. We zitten nu aan de andere kant van de ‘Gardens’, een stuk groen midden in capetown waar alle overheidsgebouwen te vinden zijn, maar ook de musea, en de gardens zelf zijn ook prachtig, alla Engels tuinen. In de druipende regen rijden we naar het natuurgebied van Cape point, waar ook Kaap de Goede Hoop zich bevindt onder andere.

Eerste stop onderweg is Boulders beach, waar zich een grote wilde pinguin kolonie bevindt. Werkelijk 1000 pinguïns lopen daar rond, en de geur is natuurlijk niet te harden, al went het wel gelukkig. Deze maand is het kennelijk rui maand, want overal zien we de vogels ten midden van hoopjes veren staan, en de beestjes zelf zien eruit als een soort ontplofte plofkip;  ze zijn fluffy en nogal gehavend. Het duurt wel een maand voordat hun waterdichte verenpak terug groeit en al die tijd kunnen ze niet zwemmen en dus niet jagen en eten. Omdat het regent staan er dus overal koddige pluizige pinguins een beetje te bibberen. Weinig actie, maar erg schattig, dat wel.

Bij Cape point aangekomen gaan we natuurlijk De Kaap bekijken, en door het woeste weer is het uitzicht helemaal indrukwekkend. Vanaf de hoge kliffen kijk je uit over een oceaan die doorloopt tot Antarctica, met woeste wolken erboven en af en toe een plekje waar de zonnestralen doorbreken, prachtig! Als het even opklaart tussendoor zien we ook nog twee walvissen zwemmen. De walvissen waren toch wel een van de redenen voor Jobs moeder (Jet) om zo ver te reizen, dus voor Jobs ouders is het ook meteen genieten geblazen. Die avond eten we in het Afrika café waar we allemaal kleine hapjes uit heel Afrika voorgeschoteld krijgen. Het is misschien wel wat toeristisch, maar ook heel gezellig en erg lekker en bijzonder.

De volgende dag is het weer in Capetown zelf al flink opgeklaard, maar het waait flink hard, en Table mountain in nog geheel gehuld in wolken. Dat schijnt wel vaker zo te zijn; de mythe is dat een Nederlandse piratenkapitein de duivel had uitgedaagd voor een wedstrijd pijproken, en ze zijn vandaag de dag nog steeds bezig :-) Door het slechte weer en de harde wind gaat de kabelbaan naar boven niet, maar lopend kan ook dus we laten ons niet weerhouden en beginnen aan de tocht naar de top. Eerst hebben even een flinke klim, maar daarna volgen we een stuk een valk pad op 1 hoogte. Door de regen is het pad helaas op veel plekken in een riviertje veranderd, ook moeten we op een gegeven moment achter een waterval langs dus helemaal droog houden we het niet.

Dan komen we de hoek om bij een vallei en zien we ze voor het eerst: The stairs… Up up up we go, en aangezien de trap eindeloos door lijkt te gaan en we al snel in de wolken belanden waar we maar kleine stukjes vooruit kunnen kijken, waar de regen om je oren slaat en de wind je weer de berg af dreigt te waaien, is het niet zo gek dat we het gevoel hebben naar Shelob’s Lair te klimmen in Lord of the Rings. Gezien de teksten die her en der op de stenen treden zijn geschreven zijn we bovendien niet de enigen met die associatie. Het is echt flink zwaar, maar we zetten natuurlijk door en bovenaan worden we beloond: het wolkendak wordt door de wind af en toe open gewaaid en dan zien we beneden ons opeens Capetown liggen, en de zee badend in het zonlicht onder een stralend blauwe lucht, want daar beneden is het een prachtige dag geworden. Het uitzicht duurt staads maar een paar seconden en dan komen de wolken weer aangeraasd op de wind en is de wereld om ons heen weer grijs. Prachtig! De tocht naar beneden valt nog niet mee: de traptreden zijn flink hoog, en de wind is verraderlijk, maar als we later die avond bij de Waterfront op een terrasje zitten in het zonnetje met ene lekkere Catch of the day en een prachtig uitzicht op De berg, nog steeds in wolken gehuld, dan is de voldoening het meer dan waard.

De volgende ochtend worden we bij vertrek aangenaam verrast door een uitzicht op een totaal wolkenloze Table mountain, eindelijk! Het is een mooie achtergrond voor onze terugtocht richting de Garden route, via Hermanus (wat de walvis hemel zou moeten zijn, maar waar we helaas alleen in de verte een walvis rond zien springen) en Mosselbaai, waar Job en ik in het treinwagon hotel slapen wat ons was aangeraden, wat inderdaad heel sfeervol is. In Tsitiskamma slapen Jobs ouders bij het Storms River Mouth restcamp prachtig aan zee, en ze wandelen elke dag alle routes in de buurt (en zien al de eerste dag een hele hoop walvissen springen, vlak voor de kust, dus dat maakt Hermanus weer helemaal goed). Job en ik lopen regelmatig mee, en we eten vaak samen dus het is een supergezellige week.

Het laatste weekend, vlak voor Jobs ouders door reizen naar Addo elephant Park rijden we terug naar Mosselbaai om te zwemmen met witte haaien, in een kooi. Wij dan, de haaien zwemmen vrij rond natuurlijk. We varen richting Seal island, vlak voor de kust van Mosselbaai, een soort grote rots in flink diep water helemaal vol met zeehonden. En om die rots, op zoek naar een lekker hapje zeehond, of misschien een snackje Nederlander zwemmen de haaien. Vooral als we ze net zien is het even slikken: wauw… Ze zijn nog niet eens volwassen, volgens de schipper, maar toch een meter of 3 a 4 en als een soort sierlijke schaduwen zwemmen ze rond de boot, van waaruit een grote vissenkop aan een touw in het water is gegooid om als lokaas te dienen. Er gaan drie shifts naar beneden in de kooi, en  Jobs vader Johan en ik zitten in de laatste shift. Gek genoeg is het in het water totaal niet eng. Wel indrukwekkend en gaaf, maar niet eng, zelfs als de haaien het lokaas aanvallen waarbij de met hun kop tegen de kooi aanbeuken, zelfs een vin naar binnenglipt waardoor ik hem zo zou kunnen aanraken (maar dat doe ik niet want dat mocht niet). We zien alleen maar hoe prachtig mooi die dieren zijn, hoe indrukwekkend en snel en sierlijk in hun jacht. Een beetje zoals een jagende leeuw op safari in de auto ook mooi en indrukwekkend is, maar niet eng want je zit toch veilig. Zonder auto en zonder haaienkooi wordt het natuurlijk een heel ander verhaal… een geweldige ervaring al met al. En een hele leuke anderhalve week met Jobs ouders!

Reacties zijn gesloten.