28 juni 2013

Thuislanden in Zuid-Afrika

Tijdens de periode van de apartheid werd in 1959 door premier Verwoerd een nieuwe wet ingevoerd: de Wet ter Bevordering van Zelfbestuur voor Bantoes. Hieraan gekoppeld was de politiek van de zogenoemde “Thuislanden”. Dit waren 10 gebieden die aan de zwarte bevolking (Bantoes)werden toegewezen met een beperkte vorm van zelfbestuur en sommigen kregen later onafhankelijkheid. Elk gebied werd toegewezen aan een andere etnische groep om zo de groepen gescheiden te houden. De Thuislanden boden echter weinig toekomst voor de bewoners. Het waren stukken dor land, vaak niet eens aaneengesloten, met weinig industrie en werkgelegenheid zodat het niet lukte om economisch zelfstandig te worden.

In 1970 kwam de Thuislandenpolitiek in de eindfase door de aanname van de Wet op Burgerskap van Bantoetuislande. Door deze wet werden alle zwarte Zuid-Afrikanen ineens burger van een thuisland. Dat betekende dat de zwarte bevolking uit de overige delen van Zuid-Afrika moest verhuizen naar de thuislanden tenzij ze konden bewijzen dat ze werk hadden. Wie geen werk had moest vertrekken naar het toegewezen thuisland. Dit leidde tot deportatie van ruim 3,5 miljoen mensen naar de thuislanden en de verscheuring van duizenden gezinnen waarvan de kostwinner achterbleef.

In 1992 hield president de Klerk een referendum over kiesrecht voor banke en zwarte Zuid-Afrikanen. Het resultaat was dat er multiraciale verkiezingen werden uitgeschreven. Ook dit ging gepaard met veel onrust. Diverse leiders van de thuislanden verzetten zich tegen verkiezingen omdat ze bang waren voor de gevolgen die de verkiezingen zouden kunnen hebben. Overheidsambtenaren vreesden voor hun baan en presidenten traden (gedwongen) af. Het duurde tot 1994 voordat de thuislanden weer herenigd werden met Zuid-Afrika.