5 augustus 2013

Eerste twee weken in Stormsriver village

We vliegen met Kulula airways, de locale vliegmaatschappij hier in Zuid Afrika, en de enige vliegmaatschappij die ik ooit heb gezien met heel veel humor! De safety boekjes zijn super grappig, en ook het personeel is veel minder stijf dan normaal; leuk! Vanaf George worden we opgepikt door Muneer, de people & conservation manager van Wilderness, 1 van de drie parken van het Garden Route cluster. Met hem rijden we door Wilderness, vooral beroemd om zijn unieke meren, prachtig. Na Wilderness komen we in Knysna, het tweede park van de Garden route. Knysna is een stadje aan de Knysna lagune. Die lagune is het een deel van Knysna National Park, uitgestrkte bossen vormen een ander deel. Er leven heel veel vogels, en niet te vergeten het unieke Knysna zeepaardje! Na Knysna rijden we verder naar Tsitsikamma, het park waar wij zullen gaan wonen.

Tsitsikamma betekent zoveel als ” land van vele waterstromen”, in de oude Koi/San taal (KoiSan kennen wij als de hottentotten en bosjesmannen, het zijn de oorspronkelijke bewoners van dit gebied, en genetisch gezien hebben ze nog heel ‘oud’ DNA, wat lijkt op dat van de eerste mensen). Dat vele water bestaat uit de rivieren die hier stromen, de zee, en de gigantische regenbuien die hier soms vallen. Gemiddeld valt er 100 mm per maand, 1200 mm per jaar dus, dat is meer dan Nederland! Gelukkig valt die regen regelmatig in hele grote buien, meestal ‘s nachts en na zo’n buienfront is het vaak snel weer mooi zonnig weer. Juli en Augustus zijn echt de midwinter maanden, en dat merken we als we aankomen: vooral aan de nachten. Overdag is vaak het mooi met zon, zo’n 15-25 graden en zonnig, maar in de nacht koelt het heel erg af. Ook als de zon zich niet laat zien is het koud! Ik kijk uit naar de lente, net als onze collega’s en buren trouwens. Gelukkig begint de lente op 1 september, dus we hoeven niet heel lang te wachten. In de zomer zijn de nachten warmer, wordt ons verteld, maar de dagen worden niet superwarm: zo’n 27 graden. Yummm

We wonen in het kleine dorpje Storms River (Storm Rivier). Net groot genoeg (450 huizen) voor een minimarket, een clinic, en een paar restaurantjes, backpackers en Inn’s met restaurant (en WIFI! meteen ook de enige plek helaas waar we internet hebben: zelfs op ons SANParks kantoortje, onze werkplek, heb ik geen internet, helaas…). Het is een heel charmant dorpje eigenlijk, en de sfeer is hier erg gemoedelijk en betrekkelijk veilig, zo voelt het tenminste. De gescheiden werelden van blank en zwart zijn hier nog steeds wel terug te vinden, het dorpje heeft zelfs zijn eigen ‘community housing’ wijk (=net een stapje boven sloppenwijk), maar toch leeft iedereen hier gezellig met en door elkaar, lijkt het. We worden op straat net zo vrolijk begroet door de blanke inwoners als door de zwarte (vrolijker nog door de laatste groep denk ik!). Zeker een opluchting!

Slideshow

We denken er wel serieus over om te kijken hoe duur het is om een auto te huren, er is zoveel moois te verkennen in de omgeving hier wat alleen met de auto kan. Een dagje naar het strand in het weekend bijvoorbeeld, en ook een normale supermarkt bezoeken is nu een heel gedoe; we zullen zien! Dat iedereen links rijdt hier is intussen al heel gewoon geworden. Ook dat je hier op de 1 baans stukken van de snelweg gewoon met 120 km/hr een stukje op de vluchtstrook rijdt om auto’s te laten passeren (vrachtwagens rijden zelfs kilometers lang gewoon over de vluchtstrook: dan kan iedereen er tenminste langs) zijn we ondertussen gewend. De lokale bevolking loopt trouwens ook over diezelfde vluchtstrook, met kruiwagens vol hout kindertjes enzovoort. Ook zie je heel veel lifters die ook regelmatig (door vrienden?) worden opgepikt. Geen witte lifters natuurlijk, en ook heb ik nog geen auto met blanke mensen zien stoppen voor lifters: toch weer die gescheiden wereld. Tsja, ze doen hier niet zo moeilijk over veiligheid; in een ‘bakkie’ (een pickup wagen, vaak met open achterkant) mogen wettelijk 6 mensen zitten, ook op de snelweg, gewoon lekker zonder stoel, gordel, etc met je neus in de wind. Er passen er trouwens ook gewoon 12 mensen in zo’n bakkie, makkelijk! Bij de stukken waarbij de snelweg langs de stadjes loopt, rennen er ook regelmatig mensen over de weg, om naar de overkant te komen, ja.

De eerste week is ons eigen huisje nog niet klaar; de vorige bewoners hebben het helemaal leeg, en erg vies achtergelaten, dus we zijn de eerste dagen op zoek naar meubels, en naar de sleutels want die waren ook kwijt. Daarna moeten mensen aan het werk gezet worden om de kapotte ramen, deuren etc te reparen. Dat duurt ook even, maar met de dreiging van een officiele mail naar de baas door onze begeleidste Elzette erbij, gaan ze daarna supersnel aan het werk. De eerste week zitten we dus relatief luxe in het enige touristen guesthouse hier in het dorpje, maar we kijken wel erg uitnaar het hebben van ons eigen plekje!

Ondertussen gaan we met Elzette mee naar besprekingen. Bijvoorbeeld voorlichtingen die ze aan alle rangers geeft over cultural heritage sites; het gebeurt nu nog veel te vaak dat oude gebouwtjes etc met verkeerde materialen op een verkeerde manier ‘gerestaureerd’ worden, en SANparks is daarvoor al op z’n vingers getikt. Ook wordt aan de rangers gevraagd om hun ogen open te houden, en alle mogelijke site te rapporteren. Het gaan dan om dingen van 60 jaar en ouder, tm de steentijd; een grote range aan historie dus!

Op die manier beginnen we een beetje een gevoel te krijgen voor de projecten die er zijn, en hoe het hier in zijn werk gaat. Ook verkennen we de omgeving: de wandelroutes in de buurt van stormsriver village en ‘beneden’ aan zee bij de stormsriver mouth. Sprookjesachtig mooi… We houden beiden van bomen, bergen en de zee en hier heb je dat allemaal! De bergweggetjes en paadjes door valleiien met boomvarens en gigantisch grote bomen waren geen slecht alternatief decor geweest voor het decor van de Lord of the Rings films; je hebt het gevoel alsof je in een eeuwenoude wereld beland bent, waar van alles zou kunnen gebeuren… De foto’s van Job spreken voor zich denk ik :-)

Ons eerste weekend worden we vrijdag uitgenodigd door onze (toekomstige) buren: drie meiden die hier stage lopen wonen in een van de 4 huizen in de Akkerlaning (=eikenlaan): de straat waar ook ons huis staat. In deze straat staan huizen van SAN Parks zelf, en wonen SANparks stagairs, studenten en medewerkers.

Het wordt een geweldig feest, met heerlijk eten: super braai, chakalaka, veel drinken en vooral heel veel dansen. Op het feestje (dat de dag erna gewoon verdergaat: er was zoveel eten dat we gewoon weer een braai besluiten te doen met het groepje) ontmoeten we meer van onze buren, en het is supergezellig! We zijn de enige blanken daar, maar voelen ons helemaal welkom, alleen nogal onhandig natuurlijk tijdens het dansen. We kijken onze ogen uit naar de moves van de meiden, en moeten natturlijk zelf ook meedoen. Pumbla, Zee, en Pinkie zijn de drie gastvrouwen en ze vinden het helemaal leuk dat we proberen ook een beetje mee te ‘daggeren’. Pumbla kan geweldig goed dansen, en ze doet steeds mijn onhandige lompe stappen na, maar maakt er dan iets geweldig swingends en ritmisch van. Ondertusen roept ze ” Who taught me that move? You taught me that move!”. Geweldig! Dat belooft veel gezelligheid met onze buren, en als we na ruim een week eindelijk in ons huis kunnen, komen ze het weekend erop ook gezellig buurten.

Ons huis in relatief supergroot: in de andere huizen wonen allemaal minstens 3 mensen. In ons schuurtje wonen zelfs twee meiden. Wij hebben drie slaapkamers, een woonkamer en een open keuken aan de woonkamer vast. Voor ons 2en heel ruim dus: we hebben nu behalve de slaapkamer een logeeramer met twee bedden (dus kom vooral gezellig langs allemaal!) en een soort studeerkamertje met bureau waar Job’s laptop staat. We zitten nu trouwens vooral in dat studeerkamertje, omdat het met het ene elektrische kacheltje dat we hebben geen doen is om de woonkamer (met daaraan vast de keuken en hal) te verwarmen ‘s nachts, en het is koud dan, brrr!

Verder hebben we een badkamer met bad, maar geen douche, wel even wennen. Job past natuurlijk totaal niet in het bad, en wassen is een soort acrobatische oefening, kronkelend om onder water te blijven. Voor mij is in bad gaan vooral ook vreemd omdat het water uit de kraan hier de kleur van slappe thee heeft. Dat komt door de tanines in het water. Tanines zijn (kleur)stoffen uit planten, die je ook vindt in rode wijn en inderdaad in thee. De inheemse bomen hier zitten echt helemaal vol met tanines. Het gevolg is dat alle rivieren hier de kleur van cola hebben, en ons drinkwater komt ook (enigzins gezuiverd denk ik?) uit de rivier. Het is overigens prima drinkbaar, maar heeft een beetje een bijsmaakje. Veel mensen drinken regenwater hier, wij hebben ook een hele grote regenton die water van het dak opvangt.

Na wat gedoe in het begin met betrekking tot de projecten die we gaan doen (onze begeleidster Elzette is echt een schat, maar wel steeds met 1000 dingen tegelijk bezig, met een redelijk hoog ‘kip zonder kop’ gehalte, dus het komt allemaal wat lagzaam op gang) besluiten we dat we vooral graag onafhankelijk van elkaar willen zijn: Job gaat aan een heel aantal korte projecten werken en ik ga de beschijving van de natuur en historie van een wandelroute hier in de buurt doen. De route loopt over de oude kustweg, gedeeltelijk over een pad dat is uitgesleten door de migratie van de kuddes olifanten die hier vroeger leefden. Denk ik. Het is nog niet helemaal duidelijk, hopelijk weet ik binnenkort meer!

Gallerij